|
ARCHIEF - COLUMNS EN MEER
|
"In de bonus"
Ze hadden mijn kassa versierd. Wie? De collega's van het Albert Hein filiaal in Warnsveld (een dorpje bij Zutphen), waar ik een jaar gewerkt had. Het was mijn laatste werkdag en ik had dat jaar de boel ongelooflijk op stelten gezet. Voor mijn opleiding moest ik in verschillende detailhandelbranches stagelopen en voordat ik bij Bristol kwam had ik dus kennis mogen maken met de fantastische wereld die Appie Hein heet. Aanvankelijk werd ik (hoe lullig) op de Diepvriesafdeling geplaatst. Simpele taken als de vrieskasten vullen, schoonhouden en netjes houden behoorden tot mijn dagelijkse werkzaamheden. Het kwam binnen twee dagen mijn diepvriesneus uit. Mijn handen leken voorgoed bevroren en ik was doorlopend verkouden. Vriescel in, vriescel uit.. 't Was allemaal niet bepaald moeilijk te noemen (integendeel) maar om de godsgeslagen dag met je handen tussen de Aviko-zakken en de Iglo-pakken te wroeten; dat was ronduit kloten. Demotivatie leidt tot minder goede resultaten. Ik lapte het FIFO-principe volledig aan mijn steenkoude laars; het systeem waarin je producten met een kortere houdbaarheidsdatum bovenop of vooraan moet plaatsen en de producten die nog wel even mee konden onderin of achteraan. Kloten dus. Ik gooide er met de pet na, met als gevolg dat ik naar de kassa werd 'overgeplaatst', wat nogal een behoorlijke degradatie was (tenminste, in mijn beleving). Maar dat kwam vooral omdat ik nu tussen de taarten en dozen zat, in plaats van de leuke, stoere jongens die in de winkel werkten. Kassa dus. Nou, dat zullen ze dan ook wel weten! Ik was niet van plan om als een gehersenspoelde kassier emotieloos de zooi op de lopende band van de ene naar de andere kant te schuiven, om vervolgens als schijndood naar bonuskaarten, air-miles en zegeltjes te vragen. Nee, dat ging Emiel helemaal anders doen! En ik besloot dat een praatje - of een gesprek- tussendoor best moest kunnen. Dito met messcherpe opmerkingen en grappen, die volgens sommigen wat te ver gingen, terwijl ik juist vond van net niet. Kortom: bij Emiel zou het gezellig worden! "Goh mevrouw, nou weet ik precies wat u gaat eten! Lijkt me best lekker, maar appelcompote is toch lekkerder." Ik mengde me in een discussie die elders in de rij plaatsvond of ik merkte op dat die mevrouw er nu al voor de tweede keer was (Bent u er weer?) En als er iemand zuchtend en steunend in mijn rij stond attendeerde ik diegene er vriendelijk op dat er ook andere kassa's open waren. Verder was ik standaard op maandagochtend de enige kassier die ie-der-een in de rij een 'ontzettende goedemorgen' wenste. Ja, met een gezellig smoeltje kun je veel maken. Ondanks geluiden van mijn leidinggevende die beweerde dat ik te traag en vooral te amicaal was, werd het bewijs van mijn gezelligheid geleverd toen tenslotte mijn laatste werkdag aanbrak. Collega's hadden mijn kassa versierd, wat de klant nog een extra stimulans gaf om vooral bij mij aan te sluiten. Het ging zelfs zover (geloof het of niet) dat vaste klanten die ondanks de drukte, en ondanks dat collega-caissières veel sneller waren dan ik, op mijn laatste werkdag met bloemen, kaarten en zakken snoep kwamen aanzetten om, zoals zijzelf zeiden, afscheid te nemen van hun meest favoriete kassier. Huisvrouwen, bejaarden; ze waren er allemaal om nog eens voor de allerlaatste keer door mij geholpen te worden! Ik bedoel maar. De dag eindigde in de kantine. Collega's trakteerden op taart en ik op ijsjes uit de diepvries (ja korting hè) en met toestemming van de filiaalhouder werd een krat bier - of 2 - soldaat gemaakt. Het resultaat: een totaal bezopen Emiel tussen de cadeaus en ik jankte er lustig op los. Ik hield van iedereen, ook van de dozen en de taarten, ik zou niemand ooit vergeten en ik had de prachtigste tijd van mijn leven bij Albert Hein in Warnsveld gehad. Tenminste iets in die geest zou ik ongetwijfeld gewauweld hebben. Those where the days. . . Deze levendige herinnering brengt ons weer bij het heden, anno september 2006. Na bijna 8 jaar bij Bristol te hebben gewerkt werd het tijd om mijn horizon te verbreden en maak ik per 3 oktober a.s mijn overstap naar een nieuw bedrijf. Net zoals bij Albert Hein wil ik niets te lang op de automatische piloot te hoeven doen. Als je te lang bij een bepaald bedrijf werkt is de kans groot dat de verveling en de sleur op een dag genadeloos toe slaat. Dat was nog niet het geval bij Bristol, maar het leek in een naburig portiek op de loer. Ergens midden in de nacht heb ik bij mijn toekomstige werkgever, een sollicitatieformulier online ingevuld, onder het motto: wie niet waagt, wie niet wint. Een ontvangstmailtje in mijn inbox bevestigde mijn sollicitatie. Als ik binnen 4 weken niets hoorde dan hield het helaas op, zo stond te lezen. En binnen 4 weken hoorde ik inderdaad helemaal niks. Eigenwijs als ik ben vulde ik het formulier op internet nogmaals in en voelde me haast een jehovagetuige die nog net zijn voet tussen de deur weet te wurmen, vlak voordat de niet-bereidwillige luisteraar de deur wilde sluiten. Drie weken later werd ik gebeld. "Wanneer kun je langskomen?" "-Eh overmorgen?" " Prima! Zie ik je dan!" Mijn eerste sollicitatiegesprek in ruim 7 jaar! Vorige week heb ik mijn contract getekend. Op het moment dat ik dit stukje schrijf is het 25 september en ik ga mijn allerlaatste week tegemoet als vestigingsmanager bij Bristol. En ik zie het al helemaal voor me... De collega's hebben het kantoor versierd en de klanten staan al ruim voor openingstijd op de deuren te bonken om mij bossen zonnebloemen, rozen en tulpen te overhandigen. Onder luid gejoel en gejuich word ik opgetild door twee stoere mannen (vaste klanten natuurlijk) en krijg ik een ereronde door de winkel. Alle gedenkwaardige plekken komen voorbij: het magazijn, het materialenhok, de kantine, het kantoor en terwijl ik op de voet word gevolgd door een horde uitzinnige menigte wordt ik gedragen naar de schoenenafdelingen. Overal hangen ballonnen en spandoeken met leuzen en teksten waaruit onomstotelijk blijkt dat ik een grote aanwinst was voor het bedrijf, voor de klanten en voor mijn collega's. Het gehele kader van het hoofdkantoor komt langs om me vaarwel te zeggen en me te bedanken voor mijn grenzeloze ambitie en tomeloze inzet. Er trekt een fanfare door de straat en zelfs de burgermeester wil mijn hand schudden en dan komt mijn vriend om te zeggen dat ik het vuilnis nog buiten moet zetten. Ach, voorlopig kan ik nog even teren op mijn bonus bij Albert Hein.
Tot later!
Emiel
|